Herman Brood Expo 12-15 Maart Het Leienpaleis Antwerpen

 

- GROOTSTE HERMAN BROOD EXPOSITIE IN LEIENPALEIS ANTWERPEN

 

De legendarische Nederlandse rock’n rollmuzikant en en kunstenaar Herman Brood overleed op 54 jarige leeftijd.

Nu 25 jaar geleden. Hij zou op 5 november 2026 80 jaar zijn geworden.

Ter gelegenheid hiervan organiseren Het Leienpaleis ( Antwerpen ) en Art Loft (Maastricht) een ongekend grote HERMAN BROOD EXPO in Het Leienpaleis_ Maria Henriëttalei 1 2000 Antwerpen

 

Met onder meer:

 

COLLECTIE

In het voorjaar van 2025 is het Herman Brood museum in Zwolle definitief gesloten.

Een groot deel van de collectie zal worden tentoongesteld en verkocht in het Leienpaleis te Antwerpen.

Schilderijen, originele tekeningen, gedichten, zeefdrukken, het originele drumstel van The Wild Romance en persoonlijke spullen van Herman Brood etc etc.

Voor de ware liefhebber een uitgelezen mogelijkheid om een van de museumstukken te bemachtigen.

één van de topstukken uit de collectie is een origineel met de hand geschreven dagboek / tekenboek, vol met familiefoto’s handgeschreven teksten , gedichten en originele tekeningen.

NOOIT EERDER TE KOOP AANGEBODEN

Veel werken hebben jarenlang in de vitrines gelegen en aan de muur gehangen in het museum te Zwolle.

Nu voor het eerst te koop.

SCHILDERIJEN

De schilderijen zijn allen afkomstig en of gecertificeerd door het Herman brood Museum.

In deze collectie enkele bekende topstukken waaronder het originele schilderij met de titel : Horse Power.

ZEEFDRUKKEN

Alle zeefdrukken zijn nog met de hand gesigneerd door Herman Brood.

Naast de genummerde uitgaves zijn er ook enkele zeer zeldzame proefdrukken in zwart wit aanwezig.

GEDICHTEN / POËZIE

Voor de liefhebber zijn er een aantal originele met de hand geschreven teksten / gedichten aanwezig.

Afkomstig uit het originele archief.

TEKENINGEN :

Herman Brood maakte in de jaren 90 veel tekeningen, meestal met viltstift maar ook soms met Oost Indische inkt die hij op het papier aanbracht met een injectiespuit. Veel van deze tekeningen zijn terecht gekomen in de collectie van het museum in Zwolle.

Deze tekeningen ( 100 stuks ) komen nu voor het eerst te koop.

PERSOONLIJKE SPULLEN

Schoenen, zonnebril, ringen, kogels, spuiten, etc etc.

Allen te zien en enkele stukken te koop.

LIVE MUZIEK

Op zondag 15 maart is er dan weer een uniek optreden van Ernst Löw & The Herman Brood Tribute Band feat Deborah Ostrega…”Daar zullen we de energie en de power weer naar boven trachten te halen…Brood worden zal nooit lukken, zijn songs echter mogen niet verloren gaan…” aldus Löw

  (1990)                          HERMAN BROOD & IK

Ik reed met de auto door Amsterdam. Het was winter. Bijna sluitingsuur. Koplampenweer. Winkelend publiek vluchtte weg voor de regen, de straatlampen gingen aan. Ik was verdwaald. De weg kwijt. Ik was kwaad, ik was op die plek immers al zo vaak geweest, en nog steeds was ik de weg kwijt. Ik kon wel janken van minachting voor mezelf…

Toen zag ik mijn redding

Op het Rokin liep een mann met zware boodschappenzakken een kleine vijf meter achter zijn vrouw. Niet echt iets wat je de rest van je leven onthoudt.

Ik heb het echter wel onthouden.

De man slofte namelijk niet als een volgestouwde kameel achter zijn vrouw aan, de man droeg de zakken als een Koning.  De man sleurde de zakken niet zoals 95 procent van de mannelijke bevolking dat doet. De man KOESTERDE de zakken, als ware het zijn babies.

 Hij hield zijn armen een tikkeltje gebogen en deed alles op armkracht, waardoor zijn rug recht bleef en hij als een cowboy over de straten liep. Tevens was hij in een roep-gesprek met iemand die aan de overkant stond.

 Wat er gezegd werd weet ik niet, ik keek enkel naar dat beeld van de man met de boodschappenzakken. Reed voorzichtig naderbij, remde af, opende mijn venster en sprak de man aan.

‘De snelweg naar Antwerpen….’ Vroeg ik hem…Hij keek me aan met een blik van herkenning. Hij lachte minzaam en sprak:

 ‘Gewoon je pad volgen, daar waar de meeste lichtjes zijn is de snelweg.’

Dat was 1990, twaalf jaar spookte hij reeds door mijn hoofd als de duivel en god in een persoon.

 

                                          Zomer 1978

 

19 Augustus 1978 was de dag dat ik Herman Brood voor het eerst zag.

 Je moet weten dat deze Rock & Roll Junkie  niet alleen op mij in de jaren ’78 een diepe indruk maakte. Hij had in feite de hele Nederlandse burgermaatschappij in een wurggreep. Hij zong en sprak immers uitgebreid over prostitutie en drugsgebruik.

Hij had een verleden als crimineel, zat vaak in gevangenissen en psychiatrische inrichtingen, werd ontslagen bij platenfirma’s wegens junkie zijn. Andere mensen zouden angstvallig zwijgen over het soort leven dat Brood leidde, Hij echter deed er schepjes room bovenop wat het zaakje nog spannender maakte.

Hij maakte handig gebruik van zijn losbandige vorm van ‘mens zijn.’

Dat was vrij uniek in die tijd.

Zelfs de regering maakte zich zorgen en was bang dat Herman de hele Nederlandse jeugd de verdoemenis in zou helpen. Er verscheen een minister ten tonele die serieuze kamer vragen over Brood had en hem een brief schreef.

Kan je je voorstellen? Een of andere minister die zich zorgen maakt over de invloed van een zanger op de Nederlandse jeugd.

Wellicht had die minister gelijk.

 

 

Een vriendin van mijn moeder bijvoorbeeld kon het maar niet snappen dat ik naar concerten van die gevaarlijke junk mocht gaan.

“Laat jij Ernst zomaar naar die Herman Brood gaan, die man is gevaarlijk.”

De vriendin maakte zich zorgen over mij.

Ik was immers in het bezit van een laag zelfbeeld en dat kan zware gevolgen met zich meedragen, Brood had het ook waarschijnlijk, in de jeugd opgelopen schade laat je niet meer los.

“Straks gaat Ernst ook aan de Drugs….”

Ik voel(de) me inderdaad erg aangetrokken door de duistere kant van het leven. Ging op mijn veertiende vanuit Hilversum telkens weer naar Amsterdam om gedichten te schrijven over Junks, zwervers en hoeren. De Zeedijk was een gevaarlijke plek waar de politie niet meer durfde te komen terwijl hun kantoor op nog geen 100 meter lag.

Met name donker gekleurde dealers met grote petten en grauwe koppen beheersten de ‘kop van ‘de dijk.’ Dit gebeurde aan de voorkant van ‘Het Leger des Heils.’ Een blauw bord met Jezus loves you hield de boel in de gaten, vervaarlijke junkies stonden aan te schuiven. ‘Pijn, ik heb pijn riepen ze als melaatsen uit de bijbel. De Surinamers beheersten het terrein, de blanken waren hun slaven. Engelse toeristen werden beroofd van hun camera, vel over been, nauwelijks geklede hoertjes smeekten om een shot. Daarna dropen ze in een roes weer naar ‘achter het station’ alwaar ze mislukte zakenlieden pijpen voor een tientje.

Speeksel en kots, wrangheid en de stank van oud beschimmeld roest. Duiven hadden er diarree. Ik voelde de angst reeds toen ik van de trein stapte, ik wilde niet maar ik moest er naar toe. Herman deed het ook tenslotte.

Elke keer als ik op ‘De Dijk’ kwam probeerde ik uit hoe lang ik er durfde te wandelen.

Mijn record was 32 meter. Telkens als er een junk met van die holle ogen uit het niets op me af kwam kreeg ik de schrik van mijn leven. Ondanks de angst bleef ik gaan, het gevaar trok mij te hard. Ook was ik uiteraard aangetrokken door de hoertjes achter de ramen, en ook was ik meerdere malen te vinden in van die naar Javel ruikende peepshowhokjes alwaar blinkende schoonheden achter dansend achter glas mijn jonge pubberbrein op hol brachten. Ik was veel te jong en te kwetsbaar om me op te houden met zwervers, junkies en hoertjes, maar dat straatleven dat was het leven waar Herman over zong, dus moest ik die wereld ook leren kennen. Het was constant Brood die de scepter zwaaide in mijn nog zuivere ziel en dichtgestopte hoofd.

Mijn moeder liet het toe omdat er geen houden aan was wat mij betrof. Ze luisterde met een lieve edoch bezorgde glimlach naar de verhalen die ik over Brood vertelde.

Nog zie ik het gezicht van mijn moeder voor me als ik zei.

“Ik denk dat ik ook aan de Drugs ga, Herman doet dat ook.”

“Zou het niet kunnen dat hij al die verhalen verzint en suikerpatiënt is?”

“Denk je?”

“Zou toch kunnen?”

Het was een interessante gedachte…..

Als  ik aan mijn vader vroeg of hij dacht dat Brood suikerpatiënt was, mompelde hij enkel ach, die Herman Brood…..

Mijn vader luisterde niet, mijn vader verafschuwde Brood, hij begreep hem niet. Als Brood op t.v. was en hij een das droeg probeerde ik hem in te laten zien dat de man ‘deugde’;

“Hij draagt toch een stropdas?

Mijn vader zei dan ‘ja ja….’

Het is me nooit gelukt om mijn pa hem de schoonheid van Brood in te laten zien.

Toen hij twee jaar geleden (2010) naar mijn Belgische Brood tribute band New Romance kwam kijken zei hij me dat ik  (46 jaar inmiddels)veel beter was dan Brood, veel oprechter.

Ik kwaad, ‘hoe kan je nu oprechter zijn dan Brood? Ik, zanger van een tribute band zou beter zijn dan het origineel. ‘Bullshit, papa, bullshit,’ snauwde ik.

Mijn woede heeft mijn pa toen veel pijn gedaan. Hij was geïnteresseerd in wat ik deed en kwam als tachtig jarige tussen een stel bezopen 45 jarige Broodfans staan die zo lief zijn om in mij tijdelijk hun oude held terug te zien.

Grote klasse van mijn vader om langs te komen.  Leve mijn vader! (leve de dronken fans!)

 

 

 

Griezels en Enge Wijven.

Met deze woorden opende Brood ooit een optreden dat ik van hem zag.

Griezels en Enge Wijven en wij lachen natuurlijk. We hadden niet door dat hij het over ons had. Wij waren griezels en enge wijven. Half Punk/half New Wave, met ons zelf in de knoop, puberaal en vooral heel erg opgewonden.

Wij, de fans met onze onvoorwaardelijke liefde voor hem. Wij die dusdanig opkeken naar onze leraar dat het best wel eens fout met ons zou kunnen aflopen.

Wat ik zeggen wil is dat de burgermaatschappij die verantwoordelijk was voor het wel en wee van de kinderen, danig met de schrik in de benen zat voor de man die in zijn eentje in het toen nog preutse Nederland kwam vertellen dat het gebruik van Hard Drugs een fijne ervaring kan zijn.

Zo waren er beelden op tv alwaar Brood tijdens een documentaire in de trein er zeer gezellig op los zit te snuiven, flesje sterke drank ernaast en vragen of de tv ploeg ook iets wilde. De geluidsman, of de interviewer zien we gretig een slok nemen, maar van het poeder blijft deze man af. Het was trouwens de VARA die deze docu uitzond, een linkse omroep en Nederland was zwaar aan het Verlinksen…..

De vrijheid, de onafhankelijkheid het gevoel van gelukzaligheid en onbevangenheid die Brood ons gaf…..

En wij, de fans, dreigden te ontsporen omdat we net zoals hij wilden zijn. En de jeugd was al zo vatbaar, niet zo erg als nu, maar we waren toch stevig bezig.

Brood besefte –en dat laat zien met hoeveel intelligentie en verantwoordelijkheidsgevoel de man door de wereld stapte- dat het zijn bedoeling absoluut niet was om jongeren tot drugs aan te sporen.

Shockeren is leuk, shockeren is soms zelfs noodzaak om als artiest in de roulatie te blijven, maar het kon niet volgens de meester zelf zo zijn dat er jongeren door zijn gedrag aan de dope gingen.

Dus kwam nadat die minister zijn brief schreef en het over voorbeeldfunctie etc had  Herman met een antwoord via een song:

Live voor Veronica’s Countdown T.V. zegt hij vanuit de vrouwenafdeling van de Bijmerbajes: “En als je nou nog steeds met die dope bezig bent begint het toch wel ouderwets te worden….. een spuitwatertje,” en al die vrouwtjes lachen natuurlijk.

Dat nummer Dop Sucks gaat erover dat Brood vindt dat je alles vanuit je hart moet benaderen en niet vanuit je hoofd en dat hij zijn vriendinnetje en ook zijn fans niet wil zien staren naar de straatstenen en altijd maar zien rondhangen in van die lugubere ‘heartbreak hotel’ plekken waar de scene geregeerd wordt door dope gebruikers. Je moet eerlijk zijn, jezelf worden en om dat te bereiken blijf je het beste van de drugs af. Dope Sucks….it’s coming out of my nose…..zo eindigt die song.

Nog beeldender is Too Slow:

Daarin beschrijft Brood dat hij echt niet met iemand om wil gaan die constant met dope bezig is. I see you shuffle on your knees but you’re too far out to reach the corner….

You’re too slow put your high sneackers on, too slow to keep up with me…..

Grappig is wel dat Brood in een interview zegt dat toch niemand naar  teksten luistert en enkel het woordje dope onthoudt. Zo bleef hij trouw aan zijn imago maar de artiest in hem kon wel vertellen wat hij werkelijk vond.

                                   

                                   Voorjaar 1981

Ik was zestien toen ik Brood voor het eerst ‘van mens tot mens’ ontmoette.

Ik was een moeilijke jongen balancerend tussen zelfspot en puberellende.

Ik was het soort dat geen vrede kon nemen met degene die ik was.

Ik was degeen waar je moeder je altijd voor waarschuwde.

Ik was iemand die zocht naar houvast maar koos voor gevaar.

Ik was in ieder geval mezelf niet toen ik Brood ontmoette in het voorjaar van 1981

Dit ging als volgt.

Ik zat in Hilversum op de middelbare school en Annemarie de Groot was verliefd op mij. Ik kon daar helemaal niets mee aanvangen aangezien ik mezelf zo ongelooflijk lelijk vond dat ik niet eens naar een meisje durfde te kijken laat staan een soort relatie mee opbouwen.

Daarbij was die Annemarie een onvoorstelbaar kakwijf die uit een duur gezin kwam met een vader als dokter, notaris of advocaat (ik heb die dingen nooit uit elkaar weten te houden).

Nee geen Annemarie voor mij en ook niet toen ze een gedaantewisseling onderging en hard core punker werd. Nu vond ik haar pas echt zielig omdat ik meende dat punkers niet uit een kakfamilie behoren te komen.

 Ik was dus niet verliefd op Annemarie de Groot totdat ze plots op een dag naar me toekwam. Ik zat samen met de blowers van de school een beetje voor me uit te staren in de kantine en Annemarie zei dat ze Herman Brood had ontmoet en dat ze met hem gezoend had en dat ze hem vanavond weer zou zien en dat ze mij wel aan hem voor wilde stellen. Ik moest rond 21.00 u naar café Cartouche komen.

Die avond zou ik voorgesteld worden aan Herman Brood???? Dat kon tellen, leve Annemarie De Groot (en sorry dat ik veel te laat verliefd op je werd.)

Cartouche kende ik zeer goed. Al vanaf 1980 kwam ik daar na school om te flipperen. Ik kreeg van mijn moeder elke middag 2 gld 50 mee. Daarvan kon ik een 7 up kopen en een keer flipperen. Voor de rest hingen we zwijgend naast elkaar. Ik en mijn new wave vriendjes en vriendinnetjes.

Waar waren we gebleven?

In Cartouche. Ik stond tegen de muur geleund. De gasten waar ik bang voor was waren er die avond niet.

Kerels van veertig die mij uitlachten omdat ik leek op het tv personage Erik Engerd. (Stratenmaker op Zeeshow). Vooral Willem De Kapper uit Laren lachte mij uit. Toch bleef ik komen.

Ze zeiden dat Willem bij de onderwereld zat, ik geloofde het en heb nog een aantal winkeldiefstallen voor hem gepleegd. Stal ik wekkerradio’s die ik dan voor 25 gld verkocht aan hem.

Van het geld kon ik dan flipperen en later ook met de gokautomaat spelen. (een x 50 gld gewonnen.)

Mijn geweten begon echter dusdanig te klagen nadat ik mijn vader op zijn verjaardag zo’n soort wekkerradio van mijn moeder zag krijgen. Hij moest bijna huilen van vreugde.

Zo’n mooie wekkerradio zei hij en waarschijnlijk heel duur.

En ik maar kijken naar dat tafereel, ik voelde me erg slecht en heb even later alles aan mijn moeder opgebiecht.

‘Niet meer doen hoor jongen,’ zei ze. Wat een goeie reactie was dat. Leve mijn moeder!

‘Waarom deed je dat dan eigenlijk?’

‘Ja Herman deed dat toch ook?’

Na een uur Cartouche, plots een enorme scheut adrenaline vermengd met de kracht van zenuwen door mijn hele lijf. Geen Annemarie te zien wel Herman Brood die zonder op te kijken naar de hoek van de bar gaat.

Hij had muzikanten bij zich die ik nooit eerder zag.

David Hollestelle (weggeplukt bij Roberto Q & The Boppers) was van Hilversum.

De rest ook geloof ik, weet ik niet, interesseerde me ook niet. Toen al niet. Enkel Brood, de rest was zeer belangrijk maar wel bijzaak.

Ik keek naar Brood, Annemarie dook vanuit het niets op en kwam naar me toe, volledig opgewonden ‘Herman is er.’

‘Ik ben niet blind,’ snauwde ik, ‘ik kom zo.’

Paniek…..ondanks het feit dat ik goed was voorbereid…..kaartje op zak van mijn band Ernst Löw’s Overlast met o.a. later muziekjournalist Mark Van Schaick op Drums.

Hij hield meer van Vitesse dan van Brood.

Peter van Soest en Jan-Peter Eerenberg (bas en gitaar) hielden dan weer meer van moeilijke gitaarmuziek. Geurt Naber deed in het begin nog mee op piano, maar die was plots weg.

Ik schreef de teksten en de muziek. Zij veranderden het en gingen meer de symfonische kant op, ik wou klinken als Brood. We repeteerden in een school en die gasten wilden liever in de gymzaal allerlei spelletjes doen, terwijl ik wou repeteren, het klikte niet in ons bandje.

Ok, ik stond dus in Cartouche. Brood op nog geen zeven meter van mij verwijderd. Het voelde alsof je naar een meisje toe wil gaan maar niet durft. Wat je dan meemaakt is verschrikkelijk.

Zo bang en zo zeker van je stuk. Zeker omdat je desbetreffend persoon aan MOET spreken. Afgewezen worden was ik gewoon, niks ondernemen was dus een hoofdzonde.

   Zie het nog voor me: Vijftien, zestien of zeventien (in ieder geval geen achttien) jarige knul stapt op idool af met de woorden (lage stem)

He Herman……

Brood draaide zich om.

“Wanneer mag ik in je voorprogramma?” Ik overhandigde hem mijn visitekaartje met namen van de bandleden.

Brood las het kaartje en glimlachte oprecht.

“We zijn heel goed hoor,” zei ik en keek mee naar het kaartje. Hopend op een gesprek.

Er viel een stilte.

“We zijn heel goed hoor,” zei ik redelijk luid. Ik brulde het uit.

“Ik hoor je wel,” zei Brood, stak het kaartje weg (hij stak het kaartje weg!!!) en dronk van zijn glas.

Een leven lang (tien seconden) bleef ik naar hem kijken, hij was niet zo klein als anderen mij vertelden.

Ik wachtte nog steeds op een antwoord draaide me toen om en sprak even met Annemarie over huiswerk of zo. (Tja waar hebben pubers het eigenlijk over?)

Op wolken ging ik naar huis. Wat een belevenis.

Meteen aan m’n moeder vertellen, mijn vader keek t.v. of lag al in bed.

‘Denk je dat Brood mij gaat opbellen?’

Mijn moeder vertelde me over een droom die zij had gehad.

Herman kwam de woonkamer binnen, koos de lekkerste stoel uit en ging zitten.

“Zo, die gaat nooit meer weg,” dacht mijn moeder in haar onderbewuste.

“Echt?” vroeg ik blij.

“Dus jij denkt dat hij gaat bellen?” ging ik verder.

“Ja….” Moeder hielp dromen.

  (1990)                          HERMAN BROOD & IK

Ik reed met de auto door Amsterdam. Het was winter. Bijna sluitingsuur. Koplampenweer. Winkelend publiek vluchtte weg voor de regen, de straatlampen gingen aan. Ik was verdwaald. De weg kwijt. Ik was kwaad, ik was op die plek immers al zo vaak geweest, en nog steeds was ik de weg kwijt. Ik kon wel janken van minachting voor mezelf…

Toen zag ik mijn redding

Op het Rokin liep een mann met zware boodschappenzakken een kleine vijf meter achter zijn vrouw. Niet echt iets wat je de rest van je leven onthoudt.

Ik heb het echter wel onthouden.

De man slofte namelijk niet als een volgestouwde kameel achter zijn vrouw aan, de man droeg de zakken als een Koning.  De man sleurde de zakken niet zoals 95 procent van de mannelijke bevolking dat doet. De man KOESTERDE de zakken, als ware het zijn babies.

 Hij hield zijn armen een tikkeltje gebogen en deed alles op armkracht, waardoor zijn rug recht bleef en hij als een cowboy over de straten liep. Tevens was hij in een roep-gesprek met iemand die aan de overkant stond.

 Wat er gezegd werd weet ik niet, ik keek enkel naar dat beeld van de man met de boodschappenzakken. Reed voorzichtig naderbij, remde af, opende mijn venster en sprak de man aan.

‘De snelweg naar Antwerpen….’ Vroeg ik hem…Hij keek me aan met een blik van herkenning. Hij lachte minzaam en sprak:

 ‘Gewoon je pad volgen, daar waar de meeste lichtjes zijn is de snelweg.’

Dat was 1990, twaalf jaar spookte hij reeds door mijn hoofd als de duivel en god in een persoon.

 

                                          Zomer 1978

 

19 Augustus 1978 was de dag dat ik Herman Brood voor het eerst zag.

 Je moet weten dat deze Rock & Roll Junkie  niet alleen op mij in de jaren ’78 een diepe indruk maakte. Hij had in feite de hele Nederlandse burgermaatschappij in een wurggreep. Hij zong en sprak immers uitgebreid over prostitutie en drugsgebruik.

Hij had een verleden als crimineel, zat vaak in gevangenissen en psychiatrische inrichtingen, werd ontslagen bij platenfirma’s wegens junkie zijn. Andere mensen zouden angstvallig zwijgen over het soort leven dat Brood leidde, Hij echter deed er schepjes room bovenop wat het zaakje nog spannender maakte.

Hij maakte handig gebruik van zijn losbandige vorm van ‘mens zijn.’

Dat was vrij uniek in die tijd.

Zelfs de regering maakte zich zorgen en was bang dat Herman de hele Nederlandse jeugd de verdoemenis in zou helpen. Er verscheen een minister ten tonele die serieuze kamer vragen over Brood had en hem een brief schreef.

Kan je je voorstellen? Een of andere minister die zich zorgen maakt over de invloed van een zanger op de Nederlandse jeugd.

Wellicht had die minister gelijk.

 

 

Een vriendin van mijn moeder bijvoorbeeld kon het maar niet snappen dat ik naar concerten van die gevaarlijke junk mocht gaan.

“Laat jij Ernst zomaar naar die Herman Brood gaan, die man is gevaarlijk.”

De vriendin maakte zich zorgen over mij.

Ik was immers in het bezit van een laag zelfbeeld en dat kan zware gevolgen met zich meedragen, Brood had het ook waarschijnlijk, in de jeugd opgelopen schade laat je niet meer los.

“Straks gaat Ernst ook aan de Drugs….”

Ik voel(de) me inderdaad erg aangetrokken door de duistere kant van het leven. Ging op mijn veertiende vanuit Hilversum telkens weer naar Amsterdam om gedichten te schrijven over Junks, zwervers en hoeren. De Zeedijk was een gevaarlijke plek waar de politie niet meer durfde te komen terwijl hun kantoor op nog geen 100 meter lag.

Met name donker gekleurde dealers met grote petten en grauwe koppen beheersten de ‘kop van ‘de dijk.’ Dit gebeurde aan de voorkant van ‘Het Leger des Heils.’ Een blauw bord met Jezus loves you hield de boel in de gaten, vervaarlijke junkies stonden aan te schuiven. ‘Pijn, ik heb pijn riepen ze als melaatsen uit de bijbel. De Surinamers beheersten het terrein, de blanken waren hun slaven. Engelse toeristen werden beroofd van hun camera, vel over been, nauwelijks geklede hoertjes smeekten om een shot. Daarna dropen ze in een roes weer naar ‘achter het station’ alwaar ze mislukte zakenlieden pijpen voor een tientje.

Speeksel en kots, wrangheid en de stank van oud beschimmeld roest. Duiven hadden er diarree. Ik voelde de angst reeds toen ik van de trein stapte, ik wilde niet maar ik moest er naar toe. Herman deed het ook tenslotte.

Elke keer als ik op ‘De Dijk’ kwam probeerde ik uit hoe lang ik er durfde te wandelen.

Mijn record was 32 meter. Telkens als er een junk met van die holle ogen uit het niets op me af kwam kreeg ik de schrik van mijn leven. Ondanks de angst bleef ik gaan, het gevaar trok mij te hard. Ook was ik uiteraard aangetrokken door de hoertjes achter de ramen, en ook was ik meerdere malen te vinden in van die naar Javel ruikende peepshowhokjes alwaar blinkende schoonheden achter dansend achter glas mijn jonge pubberbrein op hol brachten. Ik was veel te jong en te kwetsbaar om me op te houden met zwervers, junkies en hoertjes, maar dat straatleven dat was het leven waar Herman over zong, dus moest ik die wereld ook leren kennen. Het was constant Brood die de scepter zwaaide in mijn nog zuivere ziel en dichtgestopte hoofd.

Mijn moeder liet het toe omdat er geen houden aan was wat mij betrof. Ze luisterde met een lieve edoch bezorgde glimlach naar de verhalen die ik over Brood vertelde.

Nog zie ik het gezicht van mijn moeder voor me als ik zei.

“Ik denk dat ik ook aan de Drugs ga, Herman doet dat ook.”

“Zou het niet kunnen dat hij al die verhalen verzint en suikerpatiënt is?”

“Denk je?”

“Zou toch kunnen?”

Het was een interessante gedachte…..

Als  ik aan mijn vader vroeg of hij dacht dat Brood suikerpatiënt was, mompelde hij enkel ach, die Herman Brood…..

Mijn vader luisterde niet, mijn vader verafschuwde Brood, hij begreep hem niet. Als Brood op t.v. was en hij een das droeg probeerde ik hem in te laten zien dat de man ‘deugde’;

“Hij draagt toch een stropdas?

Mijn vader zei dan ‘ja ja….’

Het is me nooit gelukt om mijn pa hem de schoonheid van Brood in te laten zien.

Toen hij twee jaar geleden (2010) naar mijn Belgische Brood tribute band New Romance kwam kijken zei hij me dat ik  (46 jaar inmiddels)veel beter was dan Brood, veel oprechter.

Ik kwaad, ‘hoe kan je nu oprechter zijn dan Brood? Ik, zanger van een tribute band zou beter zijn dan het origineel. ‘Bullshit, papa, bullshit,’ snauwde ik.

Mijn woede heeft mijn pa toen veel pijn gedaan. Hij was geïnteresseerd in wat ik deed en kwam als tachtig jarige tussen een stel bezopen 45 jarige Broodfans staan die zo lief zijn om in mij tijdelijk hun oude held terug te zien.

Grote klasse van mijn vader om langs te komen.  Leve mijn vader! (leve de dronken fans!)

 

 

 

Griezels en Enge Wijven.

Met deze woorden opende Brood ooit een optreden dat ik van hem zag.

Griezels en Enge Wijven en wij lachen natuurlijk. We hadden niet door dat hij het over ons had. Wij waren griezels en enge wijven. Half Punk/half New Wave, met ons zelf in de knoop, puberaal en vooral heel erg opgewonden.

Wij, de fans met onze onvoorwaardelijke liefde voor hem. Wij die dusdanig opkeken naar onze leraar dat het best wel eens fout met ons zou kunnen aflopen.

Wat ik zeggen wil is dat de burgermaatschappij die verantwoordelijk was voor het wel en wee van de kinderen, danig met de schrik in de benen zat voor de man die in zijn eentje in het toen nog preutse Nederland kwam vertellen dat het gebruik van Hard Drugs een fijne ervaring kan zijn.

Zo waren er beelden op tv alwaar Brood tijdens een documentaire in de trein er zeer gezellig op los zit te snuiven, flesje sterke drank ernaast en vragen of de tv ploeg ook iets wilde. De geluidsman, of de interviewer zien we gretig een slok nemen, maar van het poeder blijft deze man af. Het was trouwens de VARA die deze docu uitzond, een linkse omroep en Nederland was zwaar aan het Verlinksen…..

De vrijheid, de onafhankelijkheid het gevoel van gelukzaligheid en onbevangenheid die Brood ons gaf…..

En wij, de fans, dreigden te ontsporen omdat we net zoals hij wilden zijn. En de jeugd was al zo vatbaar, niet zo erg als nu, maar we waren toch stevig bezig.

Brood besefte –en dat laat zien met hoeveel intelligentie en verantwoordelijkheidsgevoel de man door de wereld stapte- dat het zijn bedoeling absoluut niet was om jongeren tot drugs aan te sporen.

Shockeren is leuk, shockeren is soms zelfs noodzaak om als artiest in de roulatie te blijven, maar het kon niet volgens de meester zelf zo zijn dat er jongeren door zijn gedrag aan de dope gingen.

Dus kwam nadat die minister zijn brief schreef en het over voorbeeldfunctie etc had  Herman met een antwoord via een song:

Live voor Veronica’s Countdown T.V. zegt hij vanuit de vrouwenafdeling van de Bijmerbajes: “En als je nou nog steeds met die dope bezig bent begint het toch wel ouderwets te worden….. een spuitwatertje,” en al die vrouwtjes lachen natuurlijk.

Dat nummer Dop Sucks gaat erover dat Brood vindt dat je alles vanuit je hart moet benaderen en niet vanuit je hoofd en dat hij zijn vriendinnetje en ook zijn fans niet wil zien staren naar de straatstenen en altijd maar zien rondhangen in van die lugubere ‘heartbreak hotel’ plekken waar de scene geregeerd wordt door dope gebruikers. Je moet eerlijk zijn, jezelf worden en om dat te bereiken blijf je het beste van de drugs af. Dope Sucks….it’s coming out of my nose…..zo eindigt die song.

Nog beeldender is Too Slow:

Daarin beschrijft Brood dat hij echt niet met iemand om wil gaan die constant met dope bezig is. I see you shuffle on your knees but you’re too far out to reach the corner….

You’re too slow put your high sneackers on, too slow to keep up with me…..

Grappig is wel dat Brood in een interview zegt dat toch niemand naar  teksten luistert en enkel het woordje dope onthoudt. Zo bleef hij trouw aan zijn imago maar de artiest in hem kon wel vertellen wat hij werkelijk vond.

                                   

                                   Voorjaar 1981

Ik was zestien toen ik Brood voor het eerst ‘van mens tot mens’ ontmoette.

Ik was een moeilijke jongen balancerend tussen zelfspot en puberellende.

Ik was het soort dat geen vrede kon nemen met degene die ik was.

Ik was degeen waar je moeder je altijd voor waarschuwde.

Ik was iemand die zocht naar houvast maar koos voor gevaar.

Ik was in ieder geval mezelf niet toen ik Brood ontmoette in het voorjaar van 1981

Dit ging als volgt.

Ik zat in Hilversum op de middelbare school en Annemarie de Groot was verliefd op mij. Ik kon daar helemaal niets mee aanvangen aangezien ik mezelf zo ongelooflijk lelijk vond dat ik niet eens naar een meisje durfde te kijken laat staan een soort relatie mee opbouwen.

Daarbij was die Annemarie een onvoorstelbaar kakwijf die uit een duur gezin kwam met een vader als dokter, notaris of advocaat (ik heb die dingen nooit uit elkaar weten te houden).

Nee geen Annemarie voor mij en ook niet toen ze een gedaantewisseling onderging en hard core punker werd. Nu vond ik haar pas echt zielig omdat ik meende dat punkers niet uit een kakfamilie behoren te komen.

 Ik was dus niet verliefd op Annemarie de Groot totdat ze plots op een dag naar me toekwam. Ik zat samen met de blowers van de school een beetje voor me uit te staren in de kantine en Annemarie zei dat ze Herman Brood had ontmoet en dat ze met hem gezoend had en dat ze hem vanavond weer zou zien en dat ze mij wel aan hem voor wilde stellen. Ik moest rond 21.00 u naar café Cartouche komen.

Die avond zou ik voorgesteld worden aan Herman Brood???? Dat kon tellen, leve Annemarie De Groot (en sorry dat ik veel te laat verliefd op je werd.)

Cartouche kende ik zeer goed. Al vanaf 1980 kwam ik daar na school om te flipperen. Ik kreeg van mijn moeder elke middag 2 gld 50 mee. Daarvan kon ik een 7 up kopen en een keer flipperen. Voor de rest hingen we zwijgend naast elkaar. Ik en mijn new wave vriendjes en vriendinnetjes.

Waar waren we gebleven?

In Cartouche. Ik stond tegen de muur geleund. De gasten waar ik bang voor was waren er die avond niet.

Kerels van veertig die mij uitlachten omdat ik leek op het tv personage Erik Engerd. (Stratenmaker op Zeeshow). Vooral Willem De Kapper uit Laren lachte mij uit. Toch bleef ik komen.

Ze zeiden dat Willem bij de onderwereld zat, ik geloofde het en heb nog een aantal winkeldiefstallen voor hem gepleegd. Stal ik wekkerradio’s die ik dan voor 25 gld verkocht aan hem.

Van het geld kon ik dan flipperen en later ook met de gokautomaat spelen. (een x 50 gld gewonnen.)

Mijn geweten begon echter dusdanig te klagen nadat ik mijn vader op zijn verjaardag zo’n soort wekkerradio van mijn moeder zag krijgen. Hij moest bijna huilen van vreugde.

Zo’n mooie wekkerradio zei hij en waarschijnlijk heel duur.

En ik maar kijken naar dat tafereel, ik voelde me erg slecht en heb even later alles aan mijn moeder opgebiecht.

‘Niet meer doen hoor jongen,’ zei ze. Wat een goeie reactie was dat. Leve mijn moeder!

‘Waarom deed je dat dan eigenlijk?’

‘Ja Herman deed dat toch ook?’

Na een uur Cartouche, plots een enorme scheut adrenaline vermengd met de kracht van zenuwen door mijn hele lijf. Geen Annemarie te zien wel Herman Brood die zonder op te kijken naar de hoek van de bar gaat.

Hij had muzikanten bij zich die ik nooit eerder zag.

David Hollestelle (weggeplukt bij Roberto Q & The Boppers) was van Hilversum.

De rest ook geloof ik, weet ik niet, interesseerde me ook niet. Toen al niet. Enkel Brood, de rest was zeer belangrijk maar wel bijzaak.

Ik keek naar Brood, Annemarie dook vanuit het niets op en kwam naar me toe, volledig opgewonden ‘Herman is er.’

‘Ik ben niet blind,’ snauwde ik, ‘ik kom zo.’

Paniek…..ondanks het feit dat ik goed was voorbereid…..kaartje op zak van mijn band Ernst Löw’s Overlast met o.a. later muziekjournalist Mark Van Schaick op Drums.

Hij hield meer van Vitesse dan van Brood.

Peter van Soest en Jan-Peter Eerenberg (bas en gitaar) hielden dan weer meer van moeilijke gitaarmuziek. Geurt Naber deed in het begin nog mee op piano, maar die was plots weg.

Ik schreef de teksten en de muziek. Zij veranderden het en gingen meer de symfonische kant op, ik wou klinken als Brood. We repeteerden in een school en die gasten wilden liever in de gymzaal allerlei spelletjes doen, terwijl ik wou repeteren, het klikte niet in ons bandje.

Ok, ik stond dus in Cartouche. Brood op nog geen zeven meter van mij verwijderd. Het voelde alsof je naar een meisje toe wil gaan maar niet durft. Wat je dan meemaakt is verschrikkelijk.

Zo bang en zo zeker van je stuk. Zeker omdat je desbetreffend persoon aan MOET spreken. Afgewezen worden was ik gewoon, niks ondernemen was dus een hoofdzonde.

   Zie het nog voor me: Vijftien, zestien of zeventien (in ieder geval geen achttien) jarige knul stapt op idool af met de woorden (lage stem)

He Herman……

Brood draaide zich om.

“Wanneer mag ik in je voorprogramma?” Ik overhandigde hem mijn visitekaartje met namen van de bandleden.

Brood las het kaartje en glimlachte oprecht.

“We zijn heel goed hoor,” zei ik en keek mee naar het kaartje. Hopend op een gesprek.

Er viel een stilte.

“We zijn heel goed hoor,” zei ik redelijk luid. Ik brulde het uit.

“Ik hoor je wel,” zei Brood, stak het kaartje weg (hij stak het kaartje weg!!!) en dronk van zijn glas.

Een leven lang (tien seconden) bleef ik naar hem kijken, hij was niet zo klein als anderen mij vertelden.

Ik wachtte nog steeds op een antwoord draaide me toen om en sprak even met Annemarie over huiswerk of zo. (Tja waar hebben pubers het eigenlijk over?)

Op wolken ging ik naar huis. Wat een belevenis.

Meteen aan m’n moeder vertellen, mijn vader keek t.v. of lag al in bed.

‘Denk je dat Brood mij gaat opbellen?’

Mijn moeder vertelde me over een droom die zij had gehad.

Herman kwam de woonkamer binnen, koos de lekkerste stoel uit en ging zitten.

“Zo, die gaat nooit meer weg,” dacht mijn moeder in haar onderbewuste.

“Echt?” vroeg ik blij.

“Dus jij denkt dat hij gaat bellen?” ging ik verder.

“Ja….” Moeder hielp dromen.